NIEUWSBRIEF
U kunt zich hier aan-/afmelden voor de digitale nieuwsbrief.

Veelgestelde vragen

Print deze pagina

Veel gemeenten en andere instellingen benaderen ons met vragen over schakelklassen. De antwoorden op veelgestelde vragen vindt u hieronder.

Omschrijving schakelklas en doelgroep

1. Wat is een schakelklas en voor welke leerlingen is hij bedoeld?

2. Hoeveel leerlingen zitten er in een schakelklas?

3. Hoeveel uur krijgen de leerlingen apart onderwijs en welke varianten zijn er?

Schakelklassen en typen onderwijs

4. Over welke kwaliteiten moet een leerkracht voor de schakelklassen en een coördinator schakelklassen beschikken?

5. Valt een internationale schakelklas in het voortgezet onderwijs ook onder de wet- en regelgeving voor schakelklassen?

6. Mag een voorschoolse voorziening, dus voor kinderen jonger dan vier jaar, worden opgezet als schakelklas?

7. Mag een schakelklas worden opgezet in het speciaal onderwijs?

8. Mogen de middelen voor schakelklassen ook worden ingezet voor weekend- en zomerscholen?

Nieuwkomers in de schakelklas

9. Kunnen voorzieningen voor nieuwkomers, dus kinderen die nog niet zo lang in Nederland wonen, worden omgezet in schakelklassen?

Verblijfsduur in de schakelklas

10. Kan een leerling gedurende een schooljaar instromen in de schakelklas?

11. Kan een leerling eerder terug naar een reguliere klas, bijvoorbeeld als de resultaten heel goed zijn?

12. Mag een leerling langer dan een jaar in de schakelklas onderwijs volgen?

Bovenschoolse schakelklas en inschrijving van leerlingen

13. Kunnen scholen gezamenlijk een schakelklas inrichten?

14. Moeten leerlingen altijd ingeschreven staan bij de school die de schakelklas verzorgt?

Financiën

15. Kunnen gemeenten extra geld krijgen voor de schakelklas als zij een plan indienen bij het ministerie van OCW?

16. Mogen de gelden ook gebruikt worden voor de voorbereiding van een schakelklas?

17. Moet elke gemeente een schakelklas opzetten?

18. Hoe zit het met de bekostiging wanneer leerlingen uit een andere gemeente deelnemen aan een schakelklas?

19. Wat kost een schakelklas?

20. Is er een minimum of maximum gesteld aan het bedrag dat een gemeente kan besteden aan de schakelklas?

21. Hoe leggen gemeenten verantwoording af over de besteding van de middelen?

22. Telt het schooljaar 2009-2010 mee voor het behalen van de prestatie-aantallen voor de G31?

23. Hoe zal het voor de G31 gaan met de financiering vanaf 1-1-2010, gegeven het feit dat schakelklassen schooljaren beslaan terwijl de financiering voor de G31 via de BDU loopt, gekoppeld aan de GSB-periode 1-1-2006 tot 1-1-2010?

Evaluatie

24. Hoe zit het met de landelijke evaluatie van de schakelklassen?

Praktijk

25. Zijn er voorbeelden van oudercontracten?

1. Wat is een schakelklas en voor welke leerlingen is hij bedoeld?
In een schakelklas krijgen leerlingen van de basisschoolleeftijd met een grote taalachterstand gedurende een heel schooljaar extra taalonderwijs. De gemeente bepaalt samen met de schoolbesturen voor welke doelgroep de schakelklas wordt opgezet. Er zijn door het ministerie geen criteria opgesteld voor het bepalen van de taalachterstand en er zijn evenmin centrale toetsen vastgesteld. Het gaat om kinderen van wie verwacht mag worden dat zij in een schooljaar zodanige vorderingen maken op taalgebied dat zij daarna in staat zijn met succes het reguliere onderwijs (op hun eigen niveau) te vervolgen.

2. Hoeveel leerlingen zitten er in een schakelklas?
De wet- en regelgeving schrijft geen minimum- of maximum aantal leerlingen voor de schakelklas voor. In de meeste schakelklassen zitten tussen de 10 en 15 leerlingen.

3. Hoeveel uur krijgen de leerlingen apart onderwijs en welke varianten zijn er?
Er zijn drie varianten van een schakelklas:

  • Voltijd schakelklas, leerlingen ontvangen vrijwel al het onderwijs in een aparte groep
  • Deeltijd schakelklas, leerlingen krijgen minimaal 8 uur per week apart onderwijs
  • Verlengde schooldag, leerlingen krijgen minimaal 100 uur per jaar (gemiddeld 2,5 uur per week) na schooltijd apart taalonderwijs

4. Over welke kwaliteiten moet een leerkracht voor de schakelklassen en een coördinator schakelklassen beschikken?
Het is van belang om het profiel af te stemmen op het type schakelklas waarvoor gekozen is. Indien er geen anderstalige leerlingen in de schakelklas zitten, is NT2-kennis en -ervaring niet relevant.
pdfLees verder

5. Valt een internationale schakelklas in het voortgezet onderwijs ook onder de wet- en regelgeving voor schakelklassen?
Een ISK valt niet onder de noemer schakelklas, omdat de term schakelklas gereserveerd is voor het Primair Onderwijs. Er zijn twee mogelijkheden om taalactiviteiten in het voortgezet onderwijs te financieren.

  1. De G31-gemeenten kunnen in het kader van de prestatie-afspraken Grote Steden Beleid maximaal 20% van het niet aan de schakelklassen in het PO bestede deel inzetten voor het verminderen van taalachterstanden in het VO. Dit kan in het kader van de open doelstelling.
  2. Alle gemeenten mogen de 15% van het Onderwijsachterstandenbudget die bedoeld is voor coördinerende en overige activiteiten, ook besteden aan taalklassen in het VO.

6. Mag een voorschoolse voorziening, dus voor kinderen jonger dan vier jaar, worden opgezet als schakelklas?
Nee, de gelden zijn bestemd voor het primair onderwijs, dus voor kinderen vanaf vier jaar. Wel kan een schakelklas worden ingericht voor kinderen die geen voorschoolse educatie hebben gehad of hier nog onvoldoende van hebben geprofiteerd. In de pilotgemeenten is hier ervaring mee opgedaan (zie bijvoorbeeld de portretten van Deventer, ’s Hertogenbosch en Velsen).

7. Mag een schakelklas worden opgezet in het speciaal onderwijs?
Het speciaal basisonderwijs valt onder de Wet Primair Onderwijs, dus hier kunnen ook schakelklassen worden opgezet. Dat geldt niet voor het speciaal onderwijs, want dat valt onder de Wet Expertise Centra.
Zo is er vanaf augustus 2007 in de gemeente Heerlen een schakelklas bij het speciaal basisonderwijs ingericht. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de directeur van de school De Griffel, mevrouw Perrée-Habets: j.habets@sbo-degriffel.nl.

8. Mogen de middelen voor schakelklassen ook worden ingezet voor weekend- en zomerscholen?
Nee, de middelen voor schakelklassen zijn uitsluitend bestemd voor schakelactiviteiten die tijdens schooltijd of in de verlengde schooldag worden aangeboden. Voor weekend- en zomerscholen kunnen de OAB-middelen die bestemd zijn voor overige of coördinerende activiteiten worden gebruikt. Ook is door het ministerie van OCW subsidie beschikbaar gesteld om zomer- of weekendscholen in te richten. Zie voor meer informatie: www.onderwijstijdverlenging.nl/

9. Kunnen voorzieningen voor nieuwkomers, dus kinderen die nog niet zo lang in Nederland wonen, worden omgezet in schakelklassen?
Dat is in principe mogelijk, maar een leerling moet wel een heel schooljaar in een schakelklas zitten en dat is in de praktijk niet altijd zo eenvoudig te realiseren. Tussentijdse in- en uitstroom is alleen toegestaan bij verhuizing van leerlingen. Leerlingen kunnen uiteraard wel gedurende het schooljaar in de schakelklas worden geplaatst, maar zij tellen pas vanaf de eerstvolgende oktobertelling mee voor de bekostiging en moeten dan dat hele schooljaar schakelklasonderwijs volgen.

Scholen met meer dan vier leerlingen die korter dan een jaar in Nederland zijn, kunnen op grond van artikel 34 van de Regeling bekostiging personeel 2007-2008 (kenmerk PO/BenB/2007/45036, 19 november 2007) voor de eerste opvang een aanvullende financiële vergoeding krijgen. Dat geldt ook voor kinderen die tijdelijk in Nederland zijn, bijvoorbeeld Poolse kinderen.

10. Kan een leerling gedurende een schooljaar instromen in de schakelklas?
Ja, leerlingen kunnen tussentijds instromen. Dat kunnen zowel verhuizende leerlingen, 4-jarigen als nieuwkomers betreffen. Voorwaarde is wel dat die leerlingen ook het hele volgende schooljaar doorbrengen in een schakelklas.
Het doel van schakelklassen is kinderen die intensief taalonderwijs nodig hebben, die extra begeleiding in een schooljaar te geven. Als een leerling bijvoorbeeld in maart 2008 voor het eerst wordt aangemeld op een school en nog niet eerder aan een schakelklas heeft deelgenomen, hoeft die leerling niet te wachten tot augustus om deel te nemen aan de schakelklas. De leerling kan meteen de schakelklas in, maar moet wel daarna het gehele schooljaar de schakelklas volgen. Het is niet de bedoeling dat de leerling dan in maart 2009 weer uitstroomt. Dan komen er immers onduidelijkheden naar welke groep die leerling zou moeten. Bovendien leidt het tot te veel wisselingen in de groep. Voor de tellingen, telt de leerling alleen in het schooljaar 2008-2009 mee.
Een andere situatie kan zich ook voordoen: een leerling kan in augustus 2008 starten in gemeente X met een schakelklas en dan in maart 2009 verhuizen naar gemeente Y. Die leerling telt in gemeente X mee als schakelklasleerling.

11. Kan een leerling eerder terug naar een reguliere klas, bijvoorbeeld als de resultaten heel goed zijn?
Nee, tussentijdse uitstroom is alleen toegestaan bij verhuizing.

12. Mag een leerling langer dan een jaar in de schakelklas onderwijs volgen?
De voltijd- en deeltijdschakelklas zijn in principe bedoeld voor één schooljaar. Leerlingen die op vierjarige leeftijd halverwege het schooljaar zijn ingestroomd en leerlingen die tussentijds zijn ingestroomd, omdat ze nieuwkomers zijn in het onderwijs, kunnen wel langer dan één schooljaar in de schakelklas.

Aan de verlengde schooldag schakelklas kunnen leerlingen langer dan een schooljaar meedoen. Soms kan het voorkomen dat een leerling nog niet voldoende heeft geprofiteerd van een schakelklas, bijvoorbeeld een schakelklas in de onderbouw, en dan later tijdens de basisschoolperiode nog een keer in een schakelklas geplaatst wordt. In dat geval moet rekening gehouden worden met de maximale leeftijd voor kinderen in het basisonderwijs. Kinderen die veertien jaar worden tijdens het laatste jaar basisonderwijs, mogen nog deelnemen, daarna moeten zij naar het voortgezet onderwijs. Bovendien zal de Inspectie beoordelen of een school voldoende waarborgen in het onderwijs heeft ingebouwd om onnodige vertraging te voorkomen.

13. Kunnen scholen gezamenlijk een schakelklas inrichten?
Ja, dat is mogelijk. Deze schakelklas moet dan verbonden zijn aan één school. Als het om een voltijdse schakelklas gaat, worden de leerlingen ingeschreven bij de school die de schakelklas verzorgt. In dat geval is het belangrijk dat schoolbesturen duidelijke afspraken maken, bijvoorbeeld over de terugkeer na het schakelklasjaar. Als er een bovenschoolse deeltijdschakelklas wordt ingericht, staan de leerlingen ingeschreven bij de school waar zij meer dan 50% van de lesuren volgen. Gaat het om een bovenschoolse verlengde schooldag schakelklas, dan blijven de leerlingen ingeschreven bij de 'eigen' school. In beide gevallen zijn ook dan afspraken tussen de scholen van belang, bijvoorbeeld over programmatische afstemming, de overdracht van leerlinggegevens en eventueel financiële vergoedingen. Sommige pilotgemeenten hebben ervaring opgedaan met een bovenschoolse schakelklas.

14. Moeten leerlingen altijd ingeschreven staan bij de school die de schakelklas verzorgt?
Nee, bij een schakelklas die wordt opgezet als verlengde schooldag variant hoeft dit niet en het is evenmin verplicht wanneer de leerlingen van een deeltijdvariant het merendeel van de lessen op de 'moederschool' volgen.

15. Kunnen gemeenten extra geld krijgen voor de schakelklas als zij een plan indienen bij het ministerie van OCW?
Nee, dat gold alleen voor de pilotperiode. Gemeenten die een schakelklas willen opzetten bekostigen dit uit de specifieke uitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid.

16. Mogen de gelden ook gebruikt worden voor de voorbereiding van een schakelklas?
Ja, het schooljaar 2006-2007 kan gebruikt worden voor de voorbereiding van de schakelklas en daar mogen ook kosten voor worden opgevoerd. Te denken valt aan kosten voor de inrichting van de schakelklas, aanschaf van methodes, de werving en selectie van leerlingen, coördinatie etc. In het jaar 2006 mag maximaal 20% van de in dat jaar verstrekte specifieke uitkering besteed worden aan de voorbereiding van schakelklassen en tot augustus 2007 maximaal 12% van de in dat jaar verstrekte specifieke uitkering. Na augustus 2007 is het niet meer mogelijk om het budget in te zetten voor voorbereidingskosten.

17. Moet elke gemeente een schakelklas opzetten?
De G31 zijn verplicht om schakelklassen in te richten. Voor de overige gemeenten geldt een bestedingsverplichting voor VVE en schakelklassen, maar in de praktijk zal niet elke gemeente in staat zijn een schakelklas op te zetten. De gemeenten verantwoorden zich achteraf over de ‘rechtmatige besteding’ van de specifieke uitkering voor onderwijsachterstandenbeleid en geven daarin aan welke overwegingen een rol hebben gespeeld bij het al dan niet opzetten van schakelklassen.

18. Hoe zit het met de bekostiging wanneer leerlingen uit een andere gemeente deelnemen aan een schakelklas?
Voor leerlingen die in een andere gemeente wonen geldt, zoals voor alle leerlingen, dat zij worden ingeschreven op de school waaraan de schakelklas verbonden is. Voor een deeltijdschakelklas geldt dat de leerlingen staan ingeschreven bij de school waar zij het meeste uren onderwijs volgen. De personele en materiële bekostiging van scholen is gebaseerd op de leerlingtelling van 1 oktober, ongeacht de woonplaats van de leerling. Over eventuele verrekeningen of bundeling van gemeentelijke budgetten voor voorschoolse educatie en/of schakelklassen kunnen gemeenten onderling afspraken maken.

19. Wat kost een schakelklas?
De kosten van een schakelklas hangen sterk af van de gekozen variant. Bij het maken van een begroting moet gedacht worden aan de volgende kostenposten: salaris leerkracht, salaris onderwijsassistent, coördinatie, externe inhoudelijke begeleiding, aanschaf leermiddelen en materialen, kosten voor werving en selectie leerlingen, eventueel vervoerskosten leerlingen. Overigens kunnen de kosten die een gemeente besteedt aan de coördinatie van de schakelklas ook geschaard worden onder de overige of coördinerende activiteiten binnen het budget voor onderwijsachterstandenbeleid. Uiteraard wordt van schoolbesturen ook een bijdrage aan de schakelklas verwacht uit de gewichtengelden/lumpsum.
pdfLees verder

20. Is er een minimum of maximum gesteld aan het bedrag dat een gemeente kan besteden aan de schakelklas?
Nee, er zijn geen schotten in de OAB-middelen opgenomen. Wel is bepaald dat in 2006 maximaal 20% van het budget aan de voorbereiding van de schakelklassen besteed mag worden en tot augustus 2007 maximaal 12% van het budget. Gedurende de gehele looptijd (vier jaar) kan een gemeente maximaal 15% van het budget besteden aan overige of coördinerende activiteiten voor onderwijsachterstandenbeleid.

21. Hoe leggen gemeenten verantwoording af over de besteding van de middelen?
De 1 oktober-telling is de datum die bepalend is voor het aantal leerlingen dat telt voor de bekostiging van scholen in het algemeen. Diezelfde teldatum geldt ook voor het kunnen bepalen van het aantal leerlingen dat aan een schakelklas heeft deelgenomen.
Met de grote steden (de G31) zijn prestatieafspraken gemaakt over schakelklassen (en over VVE) over de periode 2006-2010 en over de verantwoording van de besteding van de bijbehorende 'Brede Doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid' (BDU SIV). In het 'Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid' (Staatsblad 264 van 26 april 2005), staan de regels voor de BDU SIV van het Grotestedenbeleid (GSB). Uiterlijk 15 juli 2010 moeten de GSB-gemeenten een aanvraag indienen tot vaststelling van de BDU's. Die aanvraag moet vergezeld gaan van een verantwoordingsverslag over de realisatie van de doelstellingen in de derde periode van het GSB (2006-2010) en van een financieel verslag over de besteding van de verleende voorschotten.
Op de website www.grotestedenbeleid.nl is veel informatie te vinden over de BDU SIV, zoals een rubriek met vragen en antwoorden (FAQ).
Met de overige, niet G31-gemeenten, zijn geen prestatieafspraken gemaakt. De verantwoording over de specifieke uitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid (schakelklassen en VVE), vindt jaarlijks plaats via de gemeenterekening. De gemeenten die een specifieke uitkering ontvangen voor schakelklassen en VVE moeten zich jaarlijks verantwoorden over de rechtmatige besteding van die specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid. In een afzonderlijke bijlage bij de gemeenterekening wordt de verantwoordingsinformatie over het onderwijsachterstandenbeleid opgenomen. Voor schakelklassen gaat het om het aantal schakelklasleerlingen en het bedrag dat daaraan besteed is.
Op de websites van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: www.minbzk.nl/sisa en van het Centraal bureau voor de Statistiek: www.cbs.nl/sisa is informatie terug te vinden over de SISA-verantwoordingssystematiek (Single Information, Single Audit).

22. Telt het schooljaar 2009-2010 mee voor het behalen van de prestatie-aantallen voor de G31?
De GSB-periode eindigt op 31 december 2009. Als laatste teldatum wordt 1 oktober 2009 gehanteerd. De leerlingen die op dat moment in de schakelklas zitten, schooljaar 2009-2010, tellen mee voor het behalen van de prestatie-afspraken. Dat betekent dus ook dat leerlingen in de schakelklas gedurende het hele schooljaar nog gefinancierd kunnen worden vanuit GSB middelen.

23. Hoe zal het voor de G31 gaan met de financiering vanaf 1-1-2010, gegeven het feit dat schakelklassen schooljaren beslaan terwijl de financiering voor de G31 via de BDU loopt, gekoppeld aan de GSB-periode 1-1-2006 tot 1-1-2010?
De brede doeluitkering van de G31 stopt met ingang van 1 januari 2010. Vanaf dat moment krijgen de G31 een decentralisatieuitkering, maar nog gebaseerd op de huidige verdelingssystematiek. Voor de niet G31-gemeenten stopt de specifieke uitkering op basis van de huidige wetgeving met ingang van 1 augustus 2010. Voor gemeenten is het echter niet praktisch om halverwege het kalenderjaar over te stappen op een nieuwe systematiek. Daarom biedt het OKE-wetsvoorstel een grondslag om de specifieke uitkering nog een half jaar te verlengen. Alle gemeenten zullen met ingang van 1 januari 2011 volgens dezelfde systematiek (Decentralisatieuitkering en gebaseerd op de nieuwe teldatum: 1 oktober 2009), de middelen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid ontvangen.
Ook in de meicirculaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (29 mei 2009) staat infomatie over deze veranderingen. Daarin wordt tevens aangegeven dat de nieuwe verdeling van de middelen voor de periode vanaf 1 januari 2011 bekend wordt gemaakt in de meicirculaire van 2010. Zie voor verdere informatie de rubriek: Wet- en regelgeving.

24. Hoe zit het met de landelijke evaluatie van de schakelklassen?
De universiteiten van Amsterdam en Nijmegen hebben de landelijke evaluatie van de schakelklassen uitgevoerd en voeren momenteel een vervolgonderzoek uit onder voormalige schakelklasleerlingen. Zie voor verdere informatie de rubriek: Landelijke evaluatie.

25. Zijn er voorbeelden van oudercontracten?
Ja, de gemeente Heerlen heeft twee voorbeelden van oudercontracten beschikbaar gesteld.
pdfBS De Vlieger en OBS Theo Thijssen.

Kunt u het antwoord op uw vraag desondanks niet vinden? U kunt uw vraag per e-mail sturen aan: mailto:info@schakel-klassen.nl

 

Naar boven

nieuws en agenda
Contact
Sitemap
Zoeken
Nieuwsbrief_afmelden
Lettergrootte  klein   normaal   groot
Site is gewijzigd op 04-01-2012